maandag 11 april 2016

Feedback Challenge Day

Heden was onze Challenge Day. Ik kan wel zeggen dat ik mij vermaakt heb.
Als onderdeel van de quests, heb ik feedback mogen geven op respice-in-futuro. De informatie op hun blog was erg onduidelijk voor mij. Ik had geen idee wat ik kon verwachten.

De presentatie heeft mij gelukkig meer duidelijk gemaakt. De Feedback is hier te downloaden:
https://mega.nz/#!t9RATYra!KeJasiXVdFZuDbUaqq28XP8qeJ6WBXe7FgWhJ0AsAv0





Netwerken

Alleen is maar alleen. Stap uit je ivoren toren en bezoek andere afdelingen binnen de onderwijs organisatie en buiten de onderwijsorganisatie om goed onderwijs gerealiseerd te krijgen.


Binnen mijn organisatie netwerk ik op verschillende manieren. Binnen de organisatie maar ook buiten de organisatie. Binnen het onderwijs maar ook buiten het onderwijs.


In mijn organisatie volg ik bijvoorbeeld de overleggen van Regitel. REGITEL is een netwerk van ICT-relaties in Limburg en daarbuiten waarbij ik in de werkgroep bedrijfsleven en onderwijs zit.

Verder zit ik, samen met andere mbo collega's in een ontwikkelgroep AD5 bij de Hszuyd en in de AD5 mbo overleggroep.


en


Al met al een hoop werk en er moet ook nog tijd zijn om de leerlingen les te geven.


maandag 29 februari 2016

Feedback Quest 3


Criteria
feedback
De SWOT bevat een analyse van de eigen organisatie in het perspectief van het door het leerteam gekozen scenario, welke is vertaald naar sterke punten, zwakke punten, kansen en bedreigingen
De onderdelen van de SWOT zijn uitgewerkt inclusief een confrontatiematrix. De SWOT is uitgewerkt op de eigen organisatie het gekozen scenario van eco en 24/7 komt niet expliciet naar voren. Er wordt uitgegaan van de huidige organisatie zonder het gekozen scenario op eigen school/opleiding /sector/organisatie te leggen Dit geldt ook voor onderstaande onderdelen.
Mogelijke consequenties van het scenario op langere termijn zijn doordacht en beschreven in termen van ‘kansen’ en ‘bedreigingen’
Kansen en bedreigingen zijn uitgewerkt in marktkansen en marktbedreigingen voor de  het ROC afdeling MBO-ICT. Het geeft een algemene beschrijving die als consequenties kunnen worden gezien voor het gehele MBO in Nederland. Dan goed toepasbaar
Elke categorie van de SWOT bevat elementen die gerelateerd zijn aan de (gewenste) onderwijspraktijk van collega’s en (gewenste) ondersteuning daarvan.
Zie vorige aandachtspunten. In de confrontatie matrix worden veel onderdelen op 0 beoordeeld d.w.z. dat het geen gevolgen heeft. In mijn optiek kunnen de sterke punten juist ingeschakeld worden om op kansen in te spelen en bedreigingen af te weren Zo ook kunnen zwakke punten versterkt worden om op kansen in te spelen en aan bedreigingen weerstand te bieden. In mijn optiek is het dan ook niet zomaar een 0
De SWOT maakt de consequenties van de voorgestelde ontwikkeling voor de praktijk van de collega’s zichtbaar
Aangegeven wordt dat mogelijk de docentenopleiding gaat verdwijnen en dat een docent meer begeleider wordt dan vakkenner. De mogelijkheid van kernteams, die zelfsturend worden. De leerling leert het vak op de werkvloer.
De SWOT biedt uitzicht op richtingen (kansen) om collega’s te ondersteunen bij het realiseren van de voorgestelde ontwikkeling .
De zelfsturende teams die vooral gericht zijn op begeleiding en niet meer op het vak kunnen elkaar ondersteunen
De SWOT maakt zichtbaar in hoeverre de participatie van de MLI-student in onderwijsinnovatie-trajecten/- platforms een sterkte dan wel zwakte is in relatie tot de kans rijkheid van de voorgestelde vernieuwing
De uitwerking van de SWOT is gemaakt door de MLI student voor zijn eigen school dus de eerste participatief vindt al plaats nu nog uitdragen naar het eigen team en organisatie verder concretiseren
De analyse van de organisatie is beknopt samengevat, max 1 A4
Akkoord iets meer dan 1 A4 omdat de bronnen zijn vermeld dit is geen beoordelingscriterium voor quest 3


Deze feedback heb ik mogen ontvangen van Corrie, waarvoor mijn dank.

zondag 28 februari 2016

Quest 3 Swot

Als uitwerking Quest 3 voor het door ons gekozen scenario, heb ik een Swot gerealiseerd welke betrekking heeft op de invoering van dit scenario op mijn ROC met de mbo-ict opleiding.















Binnen het mbo-onderwijs, gaat er vanaf komend schooljaar e.e.a. veranderen, de invoer van IHKS zal plaatsvinden. De deelnemer krijgt nu te maken met keuzes, namelijk de keuzemodules. ook is er een stap gezet m.b.t. een leven lang leren, door gebruik te maken van een doorlopende leerlijn van vmbo-mbo-hbo-werken.

Deze Swot heb ik verder gekoppeld aan een confrontatiematrix om de sterke en zwakke punten in de Swot te koppelen om zo(later) eens strategie te kunnen bepalen waarbij ik van binnen(MBO ROC) naar buiten(maatschappij en beroepenveld) gekeken heb,


Uit de confrontatiematrix, blijkt dat vooral de keuzes van en de keuzevrijheid voor de leerlingen problemen kunnen geven in dit scenario. Uit een onderzoek van Bruins(2010), blijkt dat leerlingen moeite hebben met het maken van keuzes. Vaak worden die keuzes ingeperkt door het aanbieden van veel structuur. Toch is het van belang dat leerlingen wel hun eigen keuzes maken omdat dat een stuk zelfbeschikking geeft die wezenlijk is voor een mens. Een foute keuze kan leiden tot problemen met de motivatie waardoor de leerling zijn plezier in leren verliest en een ander pad inslaat.

De gevolgen voor het docententeam, zijn verder dat er meer gefocust zal moeten worden op begeleiding. De docent als vakkenner maakt plaats voor de docent als begeleider. Hierdoor is er ruimte om deze rol door anderen te laten uitvoeren. Misschien gaat de docentenopleiding wel verdwijnen. Er is een rol weggelegd voor de kernteams binnen een ROC, deze dienen zicht door te ontwikkelen tot zelf sturende teams waarbij men elkaar ondersteunt in het begeleiden van de deelnemer. de echte technische vakken leren de deelnemers op de werkvloer, de zachte vakken(taal,sociale competenties,...) leert men op school.


Bronnen:

Bruins, A. (2010). Help ik kan niet kiezen. Fontys Hogescholen.
Eck, J. R. v., Dam, F. v., Groot, C. d., & Jong, A. d. (2013). Demografische ontwikkelingen 2010-2040: ruimtelijke effecten en regionale diversiteit. Retrieved from http://www.pbl.nl/publicaties/demografische-ontwikkelingen-2010-2040-ruimtelijke- effecten-en-regionale-diversiteit
 Pleijers, A., & M., H. (2016). Een levenlang leren in Nederland: een overzicht. Retrieved from http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/91764504-7090-4800-A3A4- 2A1CBEA27BFD/0/2016eenlevenlanglereninNederland.pdf

Roothart, H. (2015). Maatschappelijke trends voor de toekomst. Retrieved from http://www.marketingonline.nl/blog/maatschappelijke-trends-voor-de-toekomst










donderdag 11 februari 2016

Quest 2

Toekomst Analyse Scenario 1 : 

24/7–ECO


In 2030 begint de schooldag bij het Limburg MBO-ICT(een fusie tussen de ICT-opleidingen Leeuwenborg, Arcus en Gilde) zoals elke andere dag. Deze fusie is gekomen op initiatief van ex-minister Jet Bussemaker. Al in 2015 gaf zij aan een splitsing op collegeniveau te ambiëren voor ROC’s omwille van het bombastische van ROC’s met alle nadelige gevolgen.


De leerling gaat naar de beroepsopleiding waar hij ingedeeld is op niveau. Bij aanvang van zijn opleiding, heeft hij een IQ-test volgens Wisc-III(Swets & Zeitlinger, 1986)moeten ondergaan om zijn niveau te bepalen. Er is gekozen voor deze indeling omdat een goed stelsel van beroepsonderwijs de structuur van de economie versterkt (Müller & Shavit, 1998; Busemeijer & Trampush, 2012; Busemeijer, 2015a). 

Tevens is, als gevolg van de krimp welke sinds 2015 heeft plaats gevonden (kerncijfers OCW), een verdere toename van differentiatie gerealiseerd met als definitieve uitwerking de niveau indeling.
De leerlingen in elk niveau zijn ontzettend gemotiveerd om in hun groep te blijven of in een hogere groep te geraken. Zo worden de leerlingen naar een hoger niveau getild. Tevens kan er heel goed georiënteerd worden aan het einde van het 1e beroepsjaar. Doordat de evolutie van de leerlingen in een grafiek staan, is meteen te zien welk niveau voor het komend jaar bij de leerling past. Dit vraagt wel veel inzet van de leerkracht, er is namelijk geen parallelklas en elk jaar kan de leerkracht lesgeven op een ander niveau. Dit heeft tot gevolg dat de leerkracht elk niveau met een andere werkvorm behoort te benaderen. De autonomie welke de leerkracht vroeger in 2016 en daarvoor had, is hierdoor verdwenen (Mintzberg,1983; Van Veen,2005), als gevolg van het complexere leerproces. 

De leerkracht is de uitvoerder (Van Veen,2005) geworden van de extra taken welke behoren bij de niveaubepaling van de leerling.  De leerlingen moeten het leerproces zelf kunnen reguleren, want sturing geven aan het eigen leerproces motiveert (Marzano&Miedema, 2011). Leerlingen worden echter niet geboren als zelfsturende personen, het is nodig om dit aan hen te leren. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor docenten om te veranderen van een doceerstijl die docentgestuurd is naar gedeelde sturing. In een begin van gedeelde sturing gaat het bijvoorbeeld om werkvormen waarbij de leerkracht alternatieven aandraagt, waaruit gekozen kan worden. Er zijn verplichte en keuze onderdelen. In een later stadium volgen dan activiteiten waarbij de leerling in sterke mate keuzemogelijkheden heeft in het bepalen waaraan, hoe en met wie er gewerkt wordt. De rol van de docent verschuift van verschaffer van alle kennis naar een te raadplegen persoon, die de leerlingen traint om zich onafhankelijk te gedragen. De leerling is niet langer het meewerkend voorwerp maar wordt het onderwerp: hij wordt meer zelf verantwoordelijk (en aansprakelijk) voor het leren.

Bronnen:
Busemeyer, M., (2015a). Skills and inequality, Cambridge: Cambridge University Press.
Busemeyer, M.R, & C. Trampusch (red.). (2012). The Political Economy of Collective Skill Formation. Oxford, New York: Oxford University Press.
Marzano, R., & Miedema W. (2011).
Leren in 5 dimensies: moderne didactiek voor het voortgezet onderwijs.Assen: Van Gorcum.
Mintzberg, H. (1983) Power in and Around Organisations. Englwood Cliffs, NJ: Prentice Hall.
Nationaal onderwijsakkoord (2013). De route naar geweldig onderwijs. Den Haag: Ministerie OCW.
Projectgroep WISC-RN: WISC-RN, Swets & Zeitlinger Lisse 1986.
Shavit Y. & W.Müller, (1998) From school to work, a comparative study of educational qualifications and occupational destination, Oxford: Clarendon Press.
Van Veen, M.J.P. (2005). Door de bomen het bos: informatievaardigheden in het onderwijs.
van de Grift, W. (1986). Leerkrachtpercepties van onderwijskundig leiderschap. In Schoolleiding en management. Lisse: Swets & Zeitlinger.


Toekomst Analyse Scenario 2

9-5-ECO


De leerling logt na binnenkomst, aan op de terminal in zijn beroepsopleiding klaslokaal onder het oog van de onderwijsrobot.


De wereldberoemde sciencefictionauteur Arthur C. Clarke zei: ‘Any teacher who can be replaced by a computer…should be’ (Elektonic tutors, 1980). En dat is nu ook gebeurt. Alleen zorgleerlingen of specialistische vakken hebben nog een menselijke leerkracht. Leerlingen hebben verder verschillende niveaus en onderwijsbehoeften, net zoals hun grootouders en ouders vroeger.
Het onderwijs is meer aangepast aan deze differentiatie, de leerlingen halen bepaalde doelen door variatie in zaken als instructiewijze en instructietijd. Deze vorm van gedifferentieerde instructie
(‘tiered instruction’) is bedoeld om alle leerlingen die leertaken aan te bieden die voor hen
motivationeel en intellectueel het meest uitdagend zijn (zie ook: Little et al., 2009).
Deze differentiatie is noodzakelijk, als gevolg van de stroom migranten tussen de jaren 2014-2017 waardoor de EU uit elkaar gevallen is. Hierdoor zijn kinderen (en ouders) met verschillende achtergronden en ontwikkelingen in het land gekomen. Verder zijn als gevolg van de euro crash, ook de liquide middelen van landen verdwenen. De schuldenlast door de euro en de migranten heeft West-Europe in een diepe ongekende crisis gebracht. MadMax is er niets bij.
Als gevolg van deze crisis wordt er effectiever met onderwijsmiddelen omgegaan dan vroeger. De klassen zijn bijvoorbeeld veel groter geworden, ook al is uit een oud onderzoek gebleken dat kleine klassen effectiever zijn(Word,1990).
De twee belangrijkste manieren van differentiatie zijn convergente en divergente differentiatie. Bij de huidige invulling van het onderwijs, is gekozen voor divergentie.
Bij divergente differentiatie sluit de robotleerkracht zoveel mogelijk aan op de individuele niveaus en onderwijsbehoeften van de kinderen. De leerkracht is hierbij begeleider van het leerproces van de leerlingen. De robotleerkracht kan de vragen verstaan van de leerlingen, maar kan ook via losse ‘paddle’ van de leerling, benaderd worden.




Divergent differentiëren heeft wel voordelen als het gaat om digitale media. De computer houdt vaak voor elke leerling zijn individuele niveau en vorderingen bij. De ouders kunnen deze vanuit thuis ook inzien. Tevens is er via de onderwijsrobot ondersteuning thuis mogelijk.




Verder is door deze manier van differentieren, het verschil tussen jongens en meisjes qua resultaten (Driessen en Van Langen,2010), weggenomen maar hierbij komt meer de nadruk te liggen op het zelfstandig leren van leerlingen (ROA, 2011) .


Bronnen:
Driessen, G. & Langen, A. van (2010). De onderwijsachterstand van jongens. Omvang, oorzaken en interventies. Nijmegen: ITS.
Little, C.A., Hauser, S. & Corbishley, J. (2009). Constructing Complexity for Differentiated Learning.
Mathematics Teaching in the Middle School, 15, 1, 34-42.
ROA-R-2011/8. De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2016. Maastricht University,2011.
Word, Elizabeth et al., Student/Teacher Achievement Ratio (STAR) : Tennesseeís K-3 Class Size Study, Final Summary Report 1985-1990, Nashville, Tennessee Department of Education, 1990.


Toekomst Analyse Scenario 3

9/5 –EGO




De school zoals onze grootouders deze meemaakte, is niet meer. Het bekende opleidingsinstituut LOI, heeft in 2030 de rechten opgekocht van de failliete Nederlandse overheid om beroepsopleidingen aan te gaan bieden aan leerplichtige leerlingen. Oud-minister Hans Hillen, heeft het overlaten van o.a. beroepsopleiding aan de markt, al in 2015 voorgesteld, 15 jaar later werd dit de werkelijkheid.
De LOI heeft als onderdeel van het curriculum, volledig ingezet op de ICt 21-first century skills en dan met name op de zogenaamde computational thinking. Hierdoor is er meer aandacht voor ict en dan met name de concepten. De klaslokalen zoals onze grootouders deze kenden zijn verdwenen, tegenwoordig is er veel ruimte om te bewegen en om creatief en logisch bezig te zijn. Ook is er veel ventilatie waardoor de cognitieve prestaties verhoogd worden(Buggeneum,2003). De tijd van dichte ramen is voorbij. Tafels achter elkaar is ‘not done’, hoogstens voor een instructiecollege.



Bronnen:
Buggenum,S.W.H. van, het binnenmilieu van scholen en de leerprestaties van leerlingen. Universiteit van Maastricht, Maastricht,2003.


Toekomst Analyse Scenario 4

24/7-EGO


Digitale technologie is iets wat we ons kunnen en moeten toe-eigenen om een antwoord te bieden aan het (bijna-) monopolie van de Googles en Facebooks van deze wereld. Digitale competentie, in de zin van actief met technologie aan de slag kunnen, wordt steeds belangrijker.
Het meester-gezel principe, was een oud onderwijsprincipe waarbij eeuwenlang vaardigheden werden overgedragen van vader op zoon, van moeder op dochter en van meester op zijn gezel(Ünlühisarcikli,2001). De vaardigheden werden afgekeken, nagedaan en samen zochten ze naar een oplossing voor onbekende problemen. Volgens Berry-Man en Baily(2002), bevat het meester-gezel concept kijken, doen en zoeken waarbij de jongeren gevorm wordt en alles leert om volwassen te worden(Collins n.d.,2009).
In 2016, was Gilde opleidingen nog niet klaar voor het meester-Gezel principe. 


Nu, 14 jaar later, gebaseerd op Nonaka en Takeuchi(1995) waarbij de oude persoon kennis overbrengt naar de jongere, is er wel een meester-gezeltraject ingezet. De worsteling over hoe het beroepsonderwijs beter kan aansluiten op het werkveld (Wesselink,Biemans,Mulder en van den Elsen,2007) is hiermee voorbij. Het bedrijfsleven is nu ook positief gestemd. De eerdere beredenering dat leerlingen nog heel veel moeten leren voordat ze als werknemer goed functioneerden (Wesselink n.d.,2007) is nu getackeld.


Samen zoeken de gezel(leerling) en de meester(leerkracht) naar kennis en competenties. Kennis en competenties om bijvoorbeeld programmeren te leren, concepten te begrijpen en praktisch ict-gerelateerde zaken te maken. Door deze samenwerking worden de leerlingen beter voorbereid op het beroep welke zij later gaan uitvoeren (Gulikers,Bastiaens & Kirschner,2004).
De leerling zelf, heeft tegenwoordig een arbeidscontract met de school. Lauterbach(2009), heeft deze concepten ooit zo uitgewerkt met als achterliggende gedachte beroepsonderwijs in de 21e eeuw. De leerling leert op een functiegerichte werkplek(in het huidige geval een programmeeromgeving). Verder is de leerplicht verdwenen en vervangen door een leerrecht. Ieder kind heeft namelijk recht op onderwijs. Dit recht vloeit rechtstreeks voort uit de artikelen 28 en 29 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Maar, de leerplicht is verdwenen aangezien in het verleden is gebleken dat ongemotiveerde leerlingen beter kunnen gaan werken(Vettenburg,1996). Door het meester-gezelprincipe toe te passen, is de motivatie verhoogd(Payne,2002) doordat de deelnemers echt bruikbaar werk leveren(Hamilton & Hamilton,1992)

Bronnen:
Berryman, S.,& Bailey, T. (1992). The double helix of education and the economy. New York, NY: Columbia University, Teachers College, Institute on Education and the Economy
Gulikers, J. T. M., Bastiaens, T. J., & Kirschner, P.A. (2004). A five-dimensional framework for authentic
assessment. Educational Technology Research and Development, 52, 67-85.
Hamilton, S.F., & Hamilton, M.A. (1992). A progress report on apprenticeships. Educational Leadership, 49, 44-
47.
Lauterbach, U. (2009). The pedagogy of apprenticeship. In: R. Maclean, D. Wilson (eds.), International
handbook of education for the changing world of work (p.1653-1668). doi:l0.1007 /978-1-4020-5281-
1 X.6
Mulder, M., Weigel, T., & Collins, K. (2007). The concept of competence in the development of vocational education and training in selected EU member states: a critical analysis. Journal of Vocational Education and Training, 59, 67-88.
Nonaka, I., Takeuchi, H. (1995) The knowledge-creating company. How Japanese companies create the dynamics of innovation, Oxford University Press, Oxford.
Payne, J. {2002). Reconstruction apprenticeship for the twenty-first century: lessons form Norway and the UK.
Research Papers in Education, 17, 261-292.
Ünlühisarcikli,Ö.(2001). Training on the job in Istanbul: a study of skills acquisition in carpentry and car-repair workshops. International review of Education.
VETTENBURG, N. (1996). Maatschappelijke ontwikkelingen, motivatie en demotivatie van maatschapelijk kwesbare leerlingen. Bijdrage voor het project Schoolmanagement, K.U. Leuven.
Wesselink,R., Biemans, H.J.A., Mulder, M., & van den Elsen, E.R. (2007).
Competence-bases VET as seen by Dutch researchers. European Jorunal of Vocational Education.



zaterdag 30 januari 2016

Beoordeling Quest 1

Zoals vermeld op ons groepsblog, is dit de beoordeling welke door LOI bepaald is voor de andere groepen:





https://leagueofinnovators.wordpress.com/2016/01/25/q1-groepsbeoordeling/

De beoordeling zijn hier ook nog eens te halen en in te zien:

Back to the future

Gamecraft

Game-Over

Kudos

Mission-Impossible

Power-Ups

Respice in Futuro